For English, see below

Lokaal + Digitaal = het Archief.

In januari 2020 werd China als ’s werelds eerste onderworpen aan een lockdown ten gevolge van Covid-19. Ook de archieven werden voor publiek gesloten. Honderden academici uit alle disciplines en windhoeken moesten hun archiefreizen afzeggen en hun onderzoek gebrekkig voortzetten of onderbreken. De rest van de wereld en haar archieven volgde. Alhoewel veel instituten weer geopend zijn of zijn geweest kunnen onderzoeksplannen door de grilligheid van de virusgolven slechts onder voorbehoud worden gemaakt. De afgelopen decennia zijn archieven gelukkig op een andere wijze toegankelijk geworden: digitaal. In meerdere en mindere mate is internationaal ingezet op digitalisering, iets waar academici in het roerige 2020 nog meer dan eerder de vruchten van kunnen plukken. Dit jaar versnelt de ontwikkeling van de duale identiteit van het archief.

Het archief is nu zowel een lokale als een digitale plek. De meeste archieven zijn ontstaan op een plek, hebben een fysieke vorm en een lokale functie vervuld, en doen dat nu nog. De collectie is geherbergd in een gebouw, bijvoorbeeld een depot uit de jaren negentig in een buitenwijk of een voormalig middeleeuws klooster. Deze lokale basis heeft die instituten gevormd, haar selectieprocessen geïnformeerd, toegankelijkheid bepaald en doelgroepen vastgesteld. De fysieke archieven herbergen ook fysieke objecten, die niet bij uitzondering in fragiele staat verkeren en dus met zorgvuldigheid geconserveerd moeten worden. In de fysieke staat ligt ook het gevaar van kwetsbaarheid, of zelfs vernietiging. Zo is in 2020 bij de explosie in het havengebied van Beiroet een belangrijk deel van de collectie van de Arab Image Foundation beschadigd geraakt. De collectie, bestaande uit 500.000 foto’s en documenten met betrekking tot het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de Arabische diaspora bevond zich op enkele honderden meters van de rampplek. Digitalisering van archiefcollecties kan beschouwd worden als een ‘back-up’, om de objecten tegen dergelijke catastrofes enigszins te beschermen. Of is een digitaal archief meer dan conservering? Met de digitalisering van een archief voltrekt het vormingsproces zich een tweede maal: een digitale infrastructuur wordt aangelegd, een interface ontworpen en gebruiksmogelijkheden vastgelegd. In verreweg de meeste gevallen is een archiefcollectie te omvangrijk om direct geheel te worden gedigitaliseerd. Nieuw verzamel- en bewaarbeleid moet dus gevormd worden en definieert waar de hedendaagse onderzoeker nu digitaal toegang tot heeft. Kunsthistorici van over de hele wereld kunnen nu een hedendaagse selectie van het historische Utrechts Archief bezoeken, bijvoorbeeld. De digitalisering van archieven biedt bovendien mogelijkheden tot nieuwe collectieve vormen van data verzamelen en presenteren, bijvoorbeeld door middel van publieksparticipatie. Hoe gaan archieven om met deze mogelijkheden? Op welke manieren hebben de recente ontwikkelingen invloed op de kunsthistorische praktijk? Hoe worden archiefcollecties gevormd door oude en nieuwe verzamelprocessen? Wat betekent de nieuwe duale lokale/digitale identiteit voor archieven?

Tijdschrift Article verwelkomt artikelen die aansluiten op het thema Lokaal + Digitaal = het Archief. Onderwerpen waaraan gedacht kan worden zijn:

  • Historische perspectieven op archiefvorming;
  • Digitaliseringsprojecten van archieven;
  • Kunstenaarsarchieven;
  • Publieksparticipatie in archiefvorming en digitalisering;
  • Archief en het collectieve geheugen;
  • Archief en de maatschappij;
  • Materialiteit van het archief;
  • Het archief en inter- of transnationaal onderzoek;

Voorstellen voor artikelen kunnen tot 30 november 2020 worden ingediend. De deadline voor het volledige artikel is 1 januari 2021. Artikelen zijn tussen de 1500 en 3000 woorden. We zijn tevens op zoek naar een kunstenaarsbijdrage in tekst en/of beeld. Artikel voorstellen en ideeën voor kunstenaarsbijdragen kunnen gemaild worden naar article@stichting-art.nl.

Beeld: Explosion images, Arab Image Foundation, 2020, via: https://stories.a rabimagefound ation.org/issue- 202002

English

In January 2020 China became the first country to impose a national lockdown as a consequence of Covid-19. Archives were one of many types of buildings closed to the public. Similar measures soon followed around the world. The work of academics all over the world was put on hold, or could only continue under sparse circumstances. Although many institutions have been able to reopen again, the capricious nature of the pandemic continues to make the planning of research projects considerably more difficult. Thankfully due to the steady proliferation of digital technologies and the internet throughout all levels of society which has characterised past decades, archives have also experienced increased levels of accessibility through online means.

The archive can now both be locally situated as well as a digitally present space. Most archives have come into existence at a certain location and have a physical form and a local function. In the most fundamental sense, an archive’s collection is kept in a building, sometimes in a specifically constructed space, such as a depot to be found in a nineties suburb or installed in a repurposed medieval cloister . As is often the case with many public buildings, the archive is a product of its surroundings, defined by its audiences, who in turn informs collection processes and determine its  accessibility . 

The placing of an object or document in an archive does not necessarily guarantee its survival, as the events of the 2020 Beirut explosion made painfully clear. Apart from the tragic loss of human life, diverse objects of cultural heritage were also lost during the blast, perhaps most notably documents from the Arab Image Foundation. The AIF’s collection comprises over 500.000 photographs and documents was located just a few hundred meters from the epicenter of the blast. In relation to this risk, digitisation of archives could be considered as a ‘back-up’, a means of saving traces of objects in spite of their physical destruction. This however raises the question of can a digital archive be seen as more than just a back-up? With the digitisation of the archive, it is construed for a second time. Similarly to a physical archive, a digital infrastructure is developed, an interface designed, and affordances are determined. (Toevoeging?: These entities are however not separate, but trans-medial post-temporal extensions of one another, the former informing the latter and vice versa. 

In most cases, a collection is too substantial to be digitised in its entirely or all at once, and thus selections have to be made. This process determines what the modern digital researcher has access to. The digitisation of archives also presents new opportunities for collecting and presenting data, such as an increased audience participation. How are archives dealing with these new possibilities? In which ways have the recent developments in archives influenced artistic and art historical practice? How are archival collections shaped by the old and new processes of collecting? How are archives situating themselves between both their physical location and digital presence?  

Article welcomes essays relating to the theme Local + Digital = the Archive. Examples of subjects are:

  • Historical perspectives on archival practices
  • Digitisation projects of archives
  • Artist archives
  • Public participation in archiving
  • The archive and collective memory
  • The materiality of the archive 
  • The archive and inter- or transnational research

Proposals for essays can be submitted up until the 30th of November, 2020. The deadline for the finished article is the first of January, 2021. Articles should be between 1500 and 3000 words. We also welcome artists to contribute textual or image-based work. Proposals can be sent to article@stichting-art.nl